Simplenews subscription

E-mailadres van de abonnee.
Stay informed - subscribe to our newsletter.

Page Notifications

Subscribe to: Bescheidenheid

Als het gaat om de openstelling van de ambten spitst de discussie zich toe op een beperkt en select aantal bijbelverzen die van zwaarwegende betekenis worden geacht. Misschien is daarbij 1 Timotheüs 2:11-15 wel het meest in het oog springende, omdat die teksten duidelijk lijken te zijn. Deze tekstpassage van 1 Timotheüs 2:11-15 is echter geen bewijstekst voor het standpunt dat aan vrouwen geen gezaghebbend leidinggeven is toegestaan. Het gaat Paulus niet zozeer om het verbod om gezaghebbend leiding te geven, maar om het gebod tot bescheidenheid.

Drie argumenten
De tekstpassage van 1 Timotheüs 2:11-15 wordt vaak gebruikt omdat het erop lijkt dat Paulus zijn standpunt, dat vrouwen niet gezaghebbend leiding mogen geven in de kerk, motiveert met een beroep op de scheppingsorde. Die vooronderstelling van een door God ingestelde patroon van man-vrouw verhouding, die blijvend van aard is, is onjuist. Paulus verbiedt weliswaar aan vrouwen in Efeze te onderwijzen en gezag uit te oefenen over mannen, maar de nadruk van Paulus’ instructie aan de vrouwen van Efeze ligt niet op het verbod, maar op de reden voor het verbod, de in acht te nemen bescheidenheid door vrouwen. Paulus voert drie argumenten aan waarom hij van vrouwen vraagt, hen gebiedt, om bescheiden te zijn. Ten eerste werd Adam als eerste geschapen, pas daarna Eva; ten tweede niet Adam werd verleid, maar de vrouw; zij overtrad Gods gebod. Ten derde de vrouw zal worden gered doordat ze kinderen baart, als ze tenminste volhardt in het geloof, de liefde en een heilige, ingetogen levenswijze. Het zijn drie argumenten die geen van alle terug te voeren zijn op een bepaalde scheppingsorde tussen man-vrouw, ondanks dat Paulus eerste argument misschien wel iets dergelijks suggereert. 

Geen rolverdeling
Het argument dat eerst Adam werd geschapen lijkt te suggeren dat Paulus refeert aan een scheppingsorde, maar dat zegt Paulus niet. Er staat niet meer dan wat feitelijk juist is zonder dat Paulus die volgorde als rangorde presenteert. De vrouw dient bescheiden te zijn, omdat de vrouw later is geschapen; meer zegt Paulus er niet over. Er is geen enkele reden om meer in dit argument te lezen, omdat Paulus’ argument volledig overeenkomt met wat Genesis 2 erover zegt. Er is geen enkele bijbeltekst te vinden die aan dat eerst geschapen-zijn enige betekenis verbindt. In de vorige Vrije-Interpretatie -‘Kerkelijk patriarchaat’- is besproken dat Genesis 1 en 2 helemaal niets zeggen over de betekenis van het feit dat Adam eerst werd geschapen. Als het iets te betekenen zou hebben, is dat God zelf duidelijk maakt aan de mens dat hij zijn opdracht om de tuin van Eden te bewerken en te bewaken nooit alleen kan; daarvoor heeft Adam zijn vrouw nodig. Voor het overige zegt de Bijbel niets over de positie van Adam als gezagsdrager ten opzichte van zijn vrouw. Dat wordt alleen anders wanneer verondersteld wordt dat met het begrip ‘helper’ iets ondergeschikts zou zijn bedoeld. De tekst van Genesis geeft daarvoor geen aanleiding. De Bijbel zelf zwijgt over de rolverdeling; sterker nog, uit Genesis 1 blijkt, dat man en vrouw een gezamenlijke opdracht mogen uitvoeren zonder dat God tussen hen beide een taakverdeling geeft. Er is dus geen argument die het eerst geschapen-zijn van Adam de betekenis geeft dat Adam prioriteit heeft.

Neutraal begrip
Vermoedelijk komt de gedachte over de relatie tussen het ondergeschikt-zijn en het als eerste geschapen-zijn voort uit de opvatting dat het begrip ‘helper’ of hulp’ iets ondergeschikts impliceert in die zin dat er sprake zou zijn van een gezagsverhouding. Vanuit die gedachte zou te begrijpen zijn dat de vrouw van Adam dan ondergeschikt zou zijn, maar inmiddels is wel aanvaard dat het begrip ‘hulp’ of ‘helper’ dat niet impliceert of veronderstelt. Dat is eerder het gevolg van na de zondeval ontstaan patriarchaal denken, maar valt niet terug te voeren op het gebruikte begrip zelf. Het is een neutraal begrip. Bovendien blijkt dat Adam geen opdrachtgever is van zijn vrouw, maar dat God zelf opdrachtgever is van hen beiden, samen. Nergens in Genesis 1 en 2 valt op te maken dat Adam zeggenschap over zijn vrouw zou hebben. Als een vader zijn kind helpt bij het strikken van zijn veters, is die vader een hulp of helper van dat kind. Dat kind oefent daarmee en daardoor geen gezag uit over die vader. Als een moeder haar kind helpt met zijn huiswerk, is moeder een hulp van het kind, maar daarmee en daardoor oefent het kind geen gezag uit, eerder andersom. Als God de vrouw tot hulp maakt, is dat dus niet per definitie te duiden als iets van ondergeschikte betekenis, letterlijk noch figuurlijk. Eerder andersom, zonder de vrouw redt Adam het gewoon niet. Genesis 1:26-28 maakt klip en klaar duidelijk dat God bedoeld heeft een opdracht te verstrekken aan de mensheid, zowel man als vrouw zonder onderscheid des persoons. De conclusie moet dus zijn dat het eerste argument van Paulus niet kan steunen op een scheppingsorde als zodanig. Sterker nog, het is hermeneutisch niet te verantwoorden rekening te houden met een orde die niet bestaat. 

Christus als hoofd
Wellicht dat beargumenteerd kan worden dat Genesis 2 gelezen zou moeten worden in het licht van wat de Bijbel nog meer zegt over de verhouding man-vrouw. In dit verband zou verwezen kunnen worden naar Paulus zijn vergelijking in Efeze 5: 22-23. Daaruit zou de conclusie kunnen worden getrokken dat dus de man het hoofd is van zijn vrouw en er dus sprake is van een gezagsrelatie, een verschil in positie van man en vrouw; echter, dan wordt de specifieke vergelijking die Paulus maakt, nadat hij de Efeziërs heeft opgedragen elkaars gezag te aanvaarden, tot een algemeen principe. Het is en blijft een vergelijking, geen norm. Bovendien blijkt de vergelijking niet te raken aan het punt van de positie van de vrouw ten opzichte van de man, maar draait de vergelijking om de wijze waarop de Efeziërs elkaars gezag moeten aanvaarden. Nergens uit die vergelijking valt op te maken dat Paulus een algemene norm stelt ter zake het gezag van de man over de vrouw; helemaal niet, want hij voert het hoofd-zijn vergelijkenderwijs op. Die vergelijking valt - zonder toelichting - niet te rijmen met Paulus’ even geldige uitspraak dat er geen man of vrouw is in Christus. Met die uitspraak kan Paulus overigens ook nauwelijks hebben bedoeld dat er geen biologische verschillen meer zouden zijn tussen mannen of vrouwen, maar het moet gaan over posities ten opzichte van elkaar; als er geen verschil in positie meer is in Christus, strookt die uitspraak volledig met Genesis 1 en 2 waarin dat onderscheid evenmin te ontdekken is. 

Gezindheid van Christus
Overigens, lijkt het, met het oog op Galaten 3:28, ook veel voor de hand liggender, dat Paulus met zijn vergelijking tussen de kerk en Christus het oog had op de wijze waarop Christus als hoofd functioneert ten opzichte van de kerk; in Filippenzen 2 blijkt bijvoorbeeld dat Paulus ertoe oproept om de gezindheid van Christus Jezus te laten heersen. Hij schrijft: “Hij die gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte van een slaaf aan en werd gelijk aan de mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood -  de dood aan het kruis.” Die houding leverde Christus Jezus uiteindelijk zijn hoofdschap op; dat Paulus op deze houding van Christus doelde in zijn vergelijking van Efeze 5, vindt bevestiging in het feit dat Paulus nadrukkelijk zegt dat Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft. Niet voor niets dat Paulus aan de vergelijking toevoegt, 'het lichaam dat hij gered heeft'. Als de man zich dus al op basis van die vergelijking hoofd is, is dat niet het hoofd met gezag en autoriteit, maar het hoofd van een dienstknecht of slaaf; zoals Jezus de voeten van zijn discipelen waste, zo moet het gedrag van de man zijn. Dat impliceert dus niets van leiderschap in de zin van prioriteit.

Zondeval
Het tweede argument dat Paulus gebruikt heeft al helemaal niets met een scheppingsordening te maken, maar met de zondeval. Bescheidenheid van vrouwen wordt immers door hem gemotiveerd door een gebeurtenis of gedraging tijdens de zondeval, namelijk dat niet Adam werd verleid maar zijn vrouw. Daarin ligt een impliciet verwijt van Paulus; echter, dat verwijt of neutraler gezegd, die constatering, is nooit bepalend voor de scheppingsorde als die zou bestaan. Dat zou eerder pleiten voor een ontwrichting van die orde. Dat roept de vraag op wat Paulus dan met dat argument bedoelt te zeggen? Temeer ook omdat Paulus er nadrukkelijk aan toevoegt dat Eva Gods gebod overtrad. Daarmee suggereert Paulus dat de zondeval vooral te wijten is aan Eva en in mindere mate aan Adam. Echter, in de brief aan de Romeinen wordt de schuld van de zondeval uitsluitend aan Adam verweten. Paulus suggereert dat vrouwen een toontje lager moeten zingen, bescheidener moeten zijn, juist omdat het aan de Eva te wijten was dat de zonde in de wereld kwam. In het licht van het Evangelie, in Christus is de zondeschuld verzoend, is dat nogal een vreemd argument met name ook omdat hij elders vooral Adam verantwoordelijk houdt voor de zondeval. Als er uit de Bijbel geen motief is op basis waarvan Paulus dit argument gebruikt ter onderbouwing van zijn verbod aan vrouwen om te onderwijzen en gezag uit te oefenen, moet het argument voortkomen uit de context van die tijd en cultuur. Immers, aangenomen mag worden dat Paulus doeltreffende argumenten gebruikte om zijn gebod te onderbouwen en aanvaardbaar te maken.  Daaruit valt af te leiden dat Paulus kennelijk aan iets refereert wat voor zijn publiek destijds herkenbaar was zodat het argument slechts zeggingskracht heeft in die specifieke context. Dat brengt met zich mee dat Paulus argument geen algemeen en universeel geldend argument kan zijn, omdat het niet is voor te stellen dat Paulus vrouwen die daad van Eva nu nog nadraagt en dat de kerk in zijn spoor dat ook zou moeten doen.

Kinderen baren
Evenzo is onbegrijpelijk Paulus’ derde argument. Hoezo wordt de vrouw gered doordat ze kinderen baart? Wie daarvan vandaag de dag de logica begrijpt, is een genie. Waar in de Bijbel komt dit aspect dan nog meer voor? Als er al iets over het baren van vrouwen wordt gezegd, is dat ten tijde van de zondeval; toen deelde God mee dat de zwangerschap voor de vrouw een zware last zou zijn, maar daaruit blijkt niet dat het de vrouw haar redding zou zijn. Paulus introduceert een argument in het kader van zijn verbod voor vrouwen om te onderwijzen en gezag te oefenen, maar dit argument van Paulus vindt nergens steun in de rest van de Bijbel. Zeker, er worden aan die redding wel voorwaarden verbonden van geloof, liefde en een heilige levenswandel, maar dan nog is dat niet te begrijpen voor hedendaagse kerkgangers. In de kerk wordt geleerd dat alleen geloof in Jezus Christus redding brengt en dat Hij bij uitsluiting van alles en ieder ander de Redder is. Uit niets in de Bijbel valt af te leiden dat voor vrouwen er een alternatief is die bestaat uit het krijgen van kinderen. De schriftgedeelten die hiermee overeenstemmen zijn er niet. Zelfs voor het geval de tekst zo zou moeten worden gelezen dat ermee bedoeld wordt dat Eva zelf gered is door het feit dat zij kinderen baarde waaruit uiteindelijk Jezus Christus is geboren, is niet te verklaren waarom dat gegeven vrouwen in het algemeen bescheiden moet maken in die zin dat het een onderwijs- en gezagsverbod rechtvaardigt. 

Hermeneutische regel
Als een van de in acht te nemen hermeneutische regels is dat ‘een tekst niet geïsoleerd benaderd mag worden, maar moet worden beluisterd tegen de achtergrond van de naaste tekstomgeving waarin hij staat en tegen de brede context van de gehele Schrift’, geldt dat ook voor het verbod dat Paulus uitvaardigt aan vrouwen. Uit de naaste tekstomgeving blijkt dat Paulus Timotheüs opdraagt dat hij moet voorkomen dat ‘bepaalde mensen een afwijkende leer onderwijzen en zich verdiepen in verzinsels en eindeloze geslachtsregisters.' Kennelijk ligt er een verband tussen wat er door bepaalde mensen werd onderwezen en de vrouwen, ook al zegt Paulus dat niet met zoveel woorden. Als dat verband er namelijk niet zou zijn, zou het uitgevaardigde verbod ‘uit de lucht zijn komen vallen’, zonder context. Voordat geval werpt het de vraag op waarom Paulus zijn verbod motiveert met een verwijzing naar Adam en en Eva, de misleiding van Eva en de redding door het baren van kinderen? Het gebod aan mannen om met geheven handen te bidden wordt niet nader gemotiveerd; iedere onderbouwing ontbreekt. Het verbod voor vrouwen, heeft een kennelijke reden blijkens de argumentatie; echter, die argumentatie zelf is niet te herleiden tot bijbelse principes, want, zo bleek reeds, die zijn er eenvoudigweg niet.  

Niet valide
Daarmee lijkt het erop dat alle argumenten die Paulus opvoert als reden voor het verbod tot onderwijs en het uitoefenen van gezag door vrouwen niet valide zouden zijn om het verbod te rechtvaardigen. Daarmee zou deze tekstpassage buiten toepassing kunnen worden verklaard. Die conclusie is echter, in het licht van het feit dat Paulus apostolisch gezag heeft, de brief onderdeel uitmaakt van de Bijbel als geheel, niet acceptabel. Dit impliceert dat aan Paulus argumentatie kennelijk een ander gewicht moet worden gegeven, gelet op het geheel van de Schriften, Paulus overige uitlatingen en het feit dat een scheppingsorde niet af te leiden is uit Genesis. Die betekenis ligt dan waarschijnlijk besloten in de context van het geheel van de brief die hij schreef, maar die wordt kennelijk ook bepaald door de doelgroep over wie hij schrijft. Daarvoor zijn voldoende aanwijzingen te vinden in de brief zelf. Het is bekend dat in die tijd en in die cultuur alternatieve verhalen rondgingen over Adam en Eva. Eva werd daarbij gunstiger afgeschilderd dan Adam. Het is - in de context van de hele brief - voor te stellen dat kennelijk vrouwen gedrag vertoonden waardoor de ‘vervulling van de taak die God met het geloof gegeven heeft’, werd verzaakt. Uit de brief valt af te leiden dat er verzinsels werden verteld en er informatie over het geloof werd verteld die onjuist was. Het is aannemelijk dat daarbij - kennelijk - vrouwen hun positie rechtvaardigden met een beroep op de positie van Eva. Dan is het te begrijpen dat Paulus hen confronteert met hun eigen religieuze opvattingen en er fijntjes op wijst dat Bijbels gesproken Adam er eerder was dan Eva, zodat uit dat feit op zich bescheidenheid te rechtvaardigen is. Net zo goed als dat Eva haar misstap tijdens de zondeval dat is. In die tijd en in die context zijn de argumenten te begrijpen, maar zij hebben geen algemene geldingskracht. Als de argumenten niet universeel geldend zijn, kan het verbod dat ook niet zijn. Immers Paulus motiveert zijn verbod met argumenten waarvan blijkt dat zij niet algemeen geldend kunnen zijn. 

In Christus gelijk
In het licht van andere schriftgedeelten is er goede grond om Paulus’ verbod om te onderwijzen en gezag uit te oefenen door vrouwen geen algemene gelding te geven. Niet omdat het niet past in onze cultuur of omdat wij er niet mee uit de voeten kunnen, maar omdat de Bijbel zelf er niet mee uit de voeten kan. Daaruit blijkt dat sprake is van een specifiek verbod voor de vrouwen van toen en daar in Efeze, maar geen algemeen geldend verbod voor hier en nu. Net zoals dat het gebod voor mannen om tijdens de samenkomst met geheven handen te moeten bidden geen algemeen verbindend karakter heeft. Er is waarschijnlijk niemand in de hedendaagse kerk die van mening is dat mannen moeten bidden zoals Paulus de Efeze mannen opdroeg. Door dus aan deze tekstpassage algemene duiding te geven, terwijl Paulus argumentatie heden ten dage onnavolgbaar is, wordt die passage simpelweg overvraagd. De nadruk van Paulus ligt niet op het verbod, maar op de inachtneming van de bescheidenheid. Die opdracht van Paulus aan vrouwen is in onze tijd even zo actueel; zelfs voor mannen. Daarvoor zijn in de Schrift immers wel goede gronden te vinden; in zijn brief aan de Filippenzen schrijft Paulus aan de broeders en zusters dat zij eensgezind moeten zijn, één in liefde, één in streven, één van Geest. Daarop vervolgt hij: ”Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.” In de brief aan Kolosse komt iets soortgelijks voor; Paulus schrijft: “Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden met innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.” Wie de eerste brief aan Timotheüs leest, krijgt de indruk dat er inderdaad gebrek is aan bescheidenheid; dat concentreert zich kennelijk op vrouwen die onderwijzen en gezag uitoefenen over mannen. Niet het verbod voor vrouwen om te zwijgen zelf, maar de reden voor dat zwijgen verdient het om aandacht te geven. Geen algeheel onderwijsverbod voor vrouwen in het algemeen en geen ontzegging voor vrouwen om gezaghebbend leiding te geven in het algemeen is bepalend, maar een gebod tot bescheidenheid om er, bij het onderwijzen en bij het uitoefenen van gezag, telkens voor te waken niet uit eigenwaan zich onbescheiden op te stellen, is bepalend. Dat geldt voor vrouwen en mannen. Ook apostel Petrus refereert aan die bescheidenheid wanneer hij aan de oudsten schrijft dat zij de kudde van God vrijwillig en met belangeloze toewijding moeten hoeden; daaraan voegt hij toe dat zij dat vooral niet heerszuchtig moeten doen; dat is immers eveneens een vorm van onbescheidenheid. 

Bescheidenheid
De tekstpassage gebruiken als bewijstekst voor het standpunt dat gezaghebbend leidinggeven door een vrouw niet toekomt in de kerk, is de tekst overvragen en uit het verband halen. Dan missen we de clou en verliezen we de waarde en betekenis van wat Paulus ons ook vandaag op het hart wil drukken. Lees de brief aan Timotheüs en zie welke bedroevende omstandigheden er in Efeze zich voordeden. Daarin past een oproep tot bescheidenheid en die oproep is ook vandaag de dag uiterst actueel. Ook vandaag geldt als een kerkganger zichzelf belangrijker vindt dan het Evangelie, diegene zijn mond moet houden. In een masculiene kerkelijke cultuur kan dat betekenen dat Paulus’ woorden nu vooral voor mannen gelden. Mannen met geldingsdrang moeten in de kerk vooral hun mond houden.
 

 

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Filtered HTML

  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.