Gelopen koers

Het is ogenschijnlijk sympathiek van de Raad voor Rechtsbijstand om veel gestelde vragen over de pilot met LegalGuard alsnog te beantwoorden. Zeker, een beetje laat, want het zou charmanter zijn geweest wanneer deze informatie zou zijn gedeeld voordat de pilot van start ging. Met het beantwoorden van veel gestelde vragen, is het wantrouwen tegen de pilot zeker niet weggenomen, eerder bevestigd. Immers, opnieuw blinkt de Raad voor Rechtsbijstand er in uit om weinig concreet te zijn bij het beantwoorden van vragen. Zeker, er is een beetje meer informatie verstrekt, maar overlopen van transparantie doet het niet.

Zo is het antwoord op de vraag waarom de Raad voor Rechtsbijstand de pilot is gestart opvallend dat de Raad voor Rechtsbijstand kennelijk blind uitgaat van de door Achmea gepresenteerde cijfers. Bovendien is de opmerking dat dienstverlening van rechtsbijstandverzekeraars voor het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand potentieel interessant is vanwege de ervaring van die verzekeraars hebben in het behandelen van grote aantallen gelijksoortige geschillen in die zin dubieus omdat niet duidelijk wordt voor wie het daadwerkelijk interessant is. Ofschoon kennelijk bedoeld is te zeggen dat de Raad voor Rechtsbijstand rechtsbijstandverzekeraars interessant vindt, kan het net zo goed zijn dat de verzekeraars het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand bijzonder interessant vinden. Belangrijker is dat geen concrete antwoorden worden gegeven op vragen wie concreet de evaluatie van de pilot doet noch hoe het klantentevredenheidsonderzoek eruit ziet. Ook maakt de Raad voor Rechtsbijstand niet duidelijk wie dan precies de externe specialist is op consumentenrecht en geschilbeslechting. Daarvan wordt niemand dus iets wijzer. Datzelfde geldt voor de klankbordgroep; dat het vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties in de consumentensector zijn, was allang bekend, maar wie dat dan zijn, is  tot op heden helemaal niet duidelijk.

Het minst transparant is de Raad voor Rechtsbijstand over de financiering van de pilot. De Raad voor Rechtsbijstand betaalt de binnen de rechtsbijstandverzekeraars gebruikelijke vergoedingen. Zij vertelt niet wat de hoogte van die gebruikelijke vergoeding is, maar het ligt weinig voor de hand dat het minder zal zijn dan de vergoedingen die de Raad voor Rechtsbijstand betaalt aan advocaten in dergelijke toevoegingszaken. Bovendien moet worden opgemerkt dat de Raad voor Rechtsbijstand zich niet uitlaat over de vraag waarom de pilot is beperkt tot de meest lucratieve zaken zijnde consumentrechtelijke zaken. Afgezien daarvan blijft verder onduidelijk hoe de Raad voor Rechtsbijstand vervolgens de pilot financiert. Weliswaar zegt zij daarover dat zij dit uit beschikbare middelen betaalt, maar dat is nogal vaag. Uiteindelijk zijn het overheidsmiddelen waarover de Raad voor Rechtsbijstand beschikt, terwijl die beschikbare middelen ook afkomstig kunnen zijn de omzet van toevoegingen.

Echter, al deze kritiek is misschien wel mosterd na de maaltijd, want in feite vindt plaats wat de Raad van Rechtsbijstand allang van plan was. Iedereen die het jaarplan 2019 van de Raad voor Rechtsbijstand heeft gelezen, weet dat de Raad voor Rechtsbijstand allang bezig is om het beleid van minister Dekker vorm en inhoud te geven; uit het jaarplan 2019 van de Raad voor Rechtsbijstand blijkt dat zij de plannen alvast gaan uitvoeren die de minister door een stelselwijziging nog moet formaliseren. Uit het jaarverslag blijkt dat de Raad voor Rechtsbijstand zichzelf ook positioneert als kwartiermaker om het beleid van de minister alvast in gang te zetten en te verwezenlijken. Daarmee is in feite sprake van gelopen koers. Het roept verder de vraag op welke zin het heeft dat de Tweede Kamer met minister Dekker over zijn plannen nog in debat gaat, want met de inzet en opzet van de Raad voor Rechtsbijstand wordt in feite al uitvoering gegeven  aan het beleid waarvoor nog een stelselherziening nodig is. Verder is duidelijk dat het beleid van de Raad voor Rechtsbijstand er nu al op gericht is om de rol van de sociale advocatuur terug te dringen. Dat realiseert zij door de inschrijvingsvoorwaarden zodanig te verzwaren dat het maar de vraag is hoeveel advocaten in de praktijk daaraan straks aan kunnen voldoen. De Orde van Advocaten werkt hieraan ook mee, zoals blijkt uit het jaarplan van de Raad voor Rechtsbijstand.

Dat LegalGuard als rechtspersoon vragen oproept, zij op papier geen personeel in dienst heeft, zij pas in 2018 zich is gaan bezig gaan houden met rechtsbijstand en geen rechtsbijstandsverzekeraar is, zijn allemaal feiten en omstandigheden die niet meer relevant zijn. Dat LegalGuard dus helemaal geen ervaring heeft als verzekeraar noch duidelijk is of zij echt over gestandaardiseerde werkprocessen beschikt, is niet van belang eenvoudigweg omdat de Raad voor Rechtsbijstand argumenten verzamelt als kwartiermaker voor de minister om rechtsbijstandverzekeraars in het stelsel toe te laten. De Raad voor Rechtsbijstand geeft ook aan dat er al jaren over wordt gesproken om verzekeraars een rol te laten spelen in het stelsel. Dat de Raad voor Rechtsbijstand vervolgens met publieke middelen een commerciële reus toevoegt aan het stelsel wordt gemakshalve vergeten. De Raad van Rechtsbijstand is daarbij diplomatiek in haar antwoord op de vraag of er geen sprake is van oneerlijke concurrentie; zij meent van niet. Dat is wat anders dan dat zij dat ontkent. Het argument waarop zij haar mening baseert, is uiterst twijfelachtig, maar ook dat is kennelijk niet belangrijk, omdat in deze het doel alle middelen heiligt. Immers, voor zover zij aangeeft dat de rechtzoekende de mogelijkheid heeft om anders dan met behulp van een advocaat hun problemen op te lossen, komt dit geen betekenis toe in het licht dat LegalGuard de zaak voor de consument veel goedkoper kan oplossen. De consument heeft namelijk de keuze uit de laagste eigen bijdrage bij de advocaat van € 143 of € 53 eigen bijdrage betalen aan LegalGuard. Die keuze is snel gemaakt. De eigen bijdrage van € 53 is kunstmatig laag gehouden en bijna driemaal zo laag als de eigen bijdrage die aan de advocaat moet worden betaald. Daarnaast heeft LegalGuard een kleiner incasso-risico en een gunstigere liquiditeitspositie.

Duidelijk is dat de Raad voor Rechtsbijstand reeds uitvoering geeft aan het beleid van de minister, beleid dat nog door het parlement zou moeten worden goedgekeurd. Beleid wat naar de kern genomen gaat over vrije advocaatkeuze en toegang tot een advocaat. Dat de overheid daarin veranderingen wil brengen, alternatieve mogelijkheden voorstelt, is allemaal prima, goed zelfs, maar dat hoort dan wel via een parlementair debat en besluitvorming te geschieden. Daarvan lijkt in dit geval geen sprake omdat de zelfbenoemde kwartiermaker inmiddels reeds uitvoering geeft aan voorgenomen beleidswijzigingen. Sociaal advocaten worden in feite buitenspel gezet. Ook de Orde van Advocaten lijkt zich erbij neer te leggen dat haar beroepsgroep gemarginaliseerd wordt door uitvoering van beleid wat nog niet geformaliseerd is. Daarbij spelen kennelijk de rechtsgevolgen voor een stelselwijziging voor sociaal advocaten ook geen enkele rol; eerst worden zij jarenlang onderbetaald door de overheid en daarna gesaneerd door de Raad voor Rechtsbijstand. Kennelijk is dat niet meer dan normaal. Feit is dat noch de Orde van Advocaten noch de politiek en laat staan de minister voor Rechtsbescherming rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van de sociale advocatuur.   

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
Fill in the blank.