De paradox van Baudet

Niet eerder gaf een verkiezingsuitslag zo’n onbehagelijk gevoel als die van de Provinciale Statenverkiezingen van 2019. Niet zozeer de uitslag zelf, ofschoon spectaculair, als wel de overwinningsspeech van Baudet, gaf die onbehaaglijkheid. Naast het feit dat het kennelijk beoogde een literair hoogstandje te zijn, waarbij in nogal verheven, wellicht zelfs op verwaande wijze, de kiezers van Baudet werden toegesproken, bevatte de speech een hoge mate van superioriteitsdenken die bijna on-Nederlands aandoet. Een verhaal doorspekt van onverholen nationalisme verpakt in cultuur-christianisme met bijna beschamende associaties met fundamentele christelijke waarheden. Voor zover orthodoxe christenen hun stem hebben uitgebracht, zou alleen dit al reden genoeg moeten zijn daarvan diepe spijt te hebben en nooit meer op Forum voor Democratie te stemmen.

Naast de stijl van het betoog, vormde de inhoud daarvan retoriek van het zuiverste soort. Onderdeel daarvan is het inspelen op onvrede en vooral angst. Baudet benoemt wat heel veel kiezers kennelijk denken. Immigranten pikken onze banen in en statushouders worden voorgetrokken bij het verkrijgen van een woning; bestuurders en politici verrijken zichzelf evenals grote bedrijven dat doen, terwijl de kleine man nog nauwelijks de eindjes aan elkaar kan knopen en met lede ogen moet toezien hoe, vooral in de Randstad, de allochtone bevolking groter in aantal is dan de autochtone bevolking. Daarvan hangt een groot deel de Islam aan, een godsdienst die enorme angst inboezemt vanwege de extremistische variant daarvan die uit naam van de Islam dood en verderf zaait in de wereld. Daardoor groeit de angst dat onze verworven vrijheden, zijnde de vrije meningsuiting en dat je mag doen en laten wat je wilt, burgers zal worden ontnomen op termijn en zij onder het juk komen van de sharia. bovendien wordt er ingespeeld op de angst dat de individuele welvaart wordt aangetast. In deze retoriek wordt daarop ingespeeld door deze doembeelden en dit ongenoegen extreem uit te vergroten. Door uit te vergroten en te herhalen, worden mensen bevestigd in hun overtuiging, beleving en angst.

Baudet zijn retoriek appelleert bovendien aan de behoefte van mensen aan een bezield verband; een verlangen naar een groter verhaal. Door de loop der jaren is Christelijk geloof en politieke ideologie afgeschud. Pragmatisme en oplossingsgericht denken bepalen het huidige maatschappelijke klimaat en de politiek. Toch blijkt het noodzakelijk om de angst en boosheid tegen politieke, maatschappelijke en persoonlijke ontwikkelingen het hoofd te bieden door kracht te ontlenen aan iets groters, iets meer omvattenders waardoor opnieuw trots en zelfvertrouwen kan ontstaan en daardoor de angst te beugelen en boosheid om te zetten in dadendrang. Dat grotere, dat meer omvattender, geeft handvatten voor het ontwikkelen van een nieuwe identiteit en maatschappijvisie. Het is deze behoefte die de basis vormt voor Baudet om terug te grijpen naar het verleden doordat te verheerlijken en de eigen cultuur als superieur neer te zetten.

Daarin ligt dan ook Baudet zijn kracht; hij positioneert zich als de sterke leider die de problemen begrijpt en daarvoor een oplossing voorhoudt die oude glorieuze tijden terugbrengt en een einde maakt aan de huidige bedreigende omstandigheden. Het geloof in deze leider is ook de vertrouwensbasis waarop deze leider in staat is te overtuigen en zijn ideeën ingang te doen vinden bij een groter publiek. Een sterke leider heeft een simpel, logisch consistent verhaal wat steeds appelleert aan het door de leider zelf opgewekte verlangen naar het herleven van oude glorieuze tijden en de mogelijkheid om de huidige bedreigingen daarmee het hoofd te bieden.

Baudet als leider straalt kracht uit, kracht die zijn aanhangers idealiseren omdat zij graag ook zelf over die kracht willen beschikken om de ongunstige omstandigheden te veranderen. Bovendien is deze leider een prototype van een verlosserstype, omdat hij ideëen en een verhaal heeft hoe de ervaren problemen en onrecht kunnen worden opgelost. Op die manier tempert de sterke leider de angst die onder zijn aanhangers leeft. Baudet vervult de rol als sterke leider met verve. Zijn leiderschap biedt een samenhangend verhaal waarin zijn aanhangers het middelpunt zijn. Heroïeke dadendrang roept een gevoel van superioriteit op die groepsvormend is, maar ook de tegenstellingen met anderen vergroot. Door zich af te zetten tegen anderen, andere groepen, wordt de eigen groep en de eigen identiteit versterkt. Hij suggereert een groepsgevoel maar die gaat niet verder dan het uitsluiten van de ander om het eigen belang veilig te stellen. Baudet zijn gedweep door nogal bombastisch taalgebruik roept een verlangen op die voor velen moeilijk te weerstaan lijkt. Baudet is daarmee mogelijk een volksmenner die zijn achterban kan opzwepen tot ongekende dadendrang.

Daarmee is het te gemakkelijk om het optreden van Baudet te vergoelijken door erop te wijzen dat zijn opvattingen gehoord mogen worden in een democratische rechtsstaat. Als uitgangspunt is dat correct, maar wanneer de democratie gebruikt wordt om ondemocratisch gedachtegoed uit te storten, lijkt er sprake van misbruik van de mogelijkheden die een democratische rechtsstaat biedt. Baudets retoriek is niet onschuldig; het betreft geen mooi betoog met literaire entourage, maar het bedoelt een boodschap over te brengen die naar haar aard strijdt met principes van een democratische rechtsstaat. Baudet spreekt onomwonden in zijn speech over het muilkorven van de NPO, dat een medium is dat de persvrijheid vertegenwoordigt. Een onverholen oproep om censuur toe te passen op een medium is ongehoord uit de mond van politicus, partijleider van relevante politieke beweging. Datzelfde geldt voor zijn aanval op de academische vrijheid en doelbewuste twijfel die over de wetenschap wordt gezaaid. Het zijn doelbewuste opmerkingen die bedoeld zijn om het groepsgevoel te versterken bij de achterban en om zondebokken aan te wijzen.

Het opofferen van de democratie is daarbij helemaal niet bedoeld om een totalitaire staat op te richten of een zuivere nationalistische staat te introduceren, maar, - en dat is de paradox van Baudet -, om egocentrisme als hoogste goed van de samenleving te maken. het dwepen met het verleden is bedoeld om huidige maatschappelijke, culturele, religieuze en politieke problemen te relativeren. Het huidige klimaatprobleem, immigratievraagstuk, europese samenwerking en mondiale politieke instabiliteit door de opkomst van sterke leiders als Poetin, Trump en Erdogan, zijn vraagstukken die door het overgrote deel van de politici worden gezien als problemen die moeten worden opgelost door samen te werken en solidair te zijn. Dat vraagt van burgers dat zij belang hechten aan het algemene belang ook als dat belang ten koste gaat van het eigen belang. Klimaatproblemen kunnen alleen maar worden opgelost als dat een gezamenlijke inspanning is van overheid en burgers. Die oplossing kan niet worden bereikt zonder het brengen van (financiële) offers. Hetzelfde geldt voor het immigratievraagstuk. Daarvoor wordt van burgers gevraagd in te schikken ten behoeve van nieuwkomers. Nieuwkomers die naar rijke westerse landen trekken omdat in de landen waar zij vandaan komen nauwelijks mogelijkheden zijn voor een goed bestaan. Als aan het immigratievraagstuk wordt gewerkt, vereist dit wellicht dat dat burgers hun welvaartsniveau zullen moeten aanpassen in het belang van immigranten. Om het hoofd te bieden aan economische grootmachten als China, India en Rusland is het nodig binnen Europa beter en meer samen te werken. Die samenwerking kan met zich brengen dat landen steeds meer van hun soevereiniteit moeten opgeven om tot effectieve samenwerking te kunnen komen. Dat impliceert ook dat Brussel meer bevoegdheden krijgt en Nederlandse ingezetenen bestaande rechten en gewoonte misschien moeten opgeven in het belang van de samenleving. Dat is wellicht ook nodig om weerstand te kunnen bieden aan leiders in de wereld die het minder nauw nemen met rechtsstatelijke principes.En laat helder zijn het gaat daarbij niet enkel om grote mondiale problemen, maar hetzelfde geldt voor nationale en regionale vraagstukken. Hoe wordt omgegegaan met het handhaven van recht en orde en hoe kunnen overheden beleid voeren in het algemeen belang ook als dat ten koste gaat van het individuele belang? En de boodschap van Baudet is dat die bereidheid om het individuele belang ondergeschikt te maken aan het collectieve belang niet langer meer bestaat.

Hij stelt het individuele belang voorop door te appelleren op de onder burgers levende onvrede en angst; hij gebruikt daarbij een samenhangend verhaal waarin superioriteitsdenken en romantiek het verleden ophemelen. Dat gebeurt niet om burgers te overtuigen dat samenleven in een rechtsstaat juist inhoudt dat het algemene belang boven het individuele belang gaat, maar door het verleden aan te grijpen om de huidige problemen te relativeren; vroeger hebben mensen ijstijden overleeft zonder dat die mensen daarvoor gemeenschappelijke kosten maakten, dus ook vandaag de dag hoeven burgers niet hun privé vermogen te gebruiken om een collectief probleem op te lossen. De mens heeft zich altijd aan de omstandigheden aan kunnen passen, dus het beroep dat de overheid doet op burgers om in het algemeen belang individueel bij te dragen aan het oplossen van klimaatproblemen, is onnodig en onterecht. Voor het immigratievraagstuk geldt dat Westerse beschaving door eeuwen heen superieur gebleken is zodat de toestroom van immigranten het niveau van de beschaving aantast; die aantasting is een direct ook een aantasting van de mogelijkheden van het individu om zichzelf te ontplooien en zijn persoonlijke welvaart te vergroten. Door te verwijzen naar het christendom brengt Baudet een sacraal element in in zijn streven om een samenleving te creëren waarbij het individuele belang het hoogste doel is. Daarin schuilt ook het gevaar van Baudet, omdat zijn boodschap bij velen aansluit op de eigen belevingswereld. De rechtstaat met haar wetten en regels zijn beperkend voor het individu omdat in die regels rekening wordt gehouden met de gerechtvaardigde belangen van een ander; daarin worden minderheden en zwakkeren beschermd, daar is geen plaats voor survival of the fittest. De samenleving die Baudet voorstaat is een samenleving waar uiteindelijk het recht van de sterkste geldt. Dat is een samenleving van egoïsten waar egocentrisme de hoofdrol speelt; daarom moeten kritische media en wetenschappers het zwijgen worden opgelegd, een omwenteling in de politiek plaatsvinden en wordt er grote waarde gehecht aan directe democratie; daardoor en daarmee wordt de politiek en het beleid gedreven door aanhoudende onderbuikgevoelens; die onderbuikgevoelens zijn niet meer dan het eigenbelang als hoogste norm. Baudet is welhaast de verpersoonlijking van het hedendaagse egocentrisme. Door handig een groepsgevoel op te roepen in zijn toespraak, gebaseerd op nostalgie en romantiek, maakt hij mensen ontvankelijk voor zijn boodschap dat niet langer het algemene belang bepalend is voor een democratische rechtsstaat noch wet en regelgeving die dat algemeen belang en het beschermen bepalend is, maar het eigenbelang de maat van alle dingen wordt. Dat is geen onschuldig retorisch hoogstandje, maar een zorgwekkende boodschap van egoïsme. Dat is de paradox van Baudet.   

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
Fill in the blank.