Scheve verhoudingen

Ofschoon niet verrassend, geeft de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Raad voor Rechtsbijstand en LegalGuard,een heldere inkijk in de afspraken die gelden bij het uitvoeren van de pilot. Wat daarbij direct opvalt, is dat de minister inderdaad de Tweede Kamer verkeerd heeft geïnformeerd. De minister heeft in antwoord op kamervragen van het kamerlid Van Nispen geantwoord dat ‘de zaken in deze pilot worden behandeld door de juristen van LegalGuard. Dat antwoord was al merkwaardig, omdat ik in mijn blog van 14 maart 2019 reeds berichtte dat LegalGuard geen werknemers heeft blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel. Uiteraard heb ik niet de illusie dat minister Dekker mijn blogs leest, want als hij dat wel zou hebben gedaan dan had hij beter kunnen weten, zou ik zo denken. Echter, elke blog die over LegalGuard gaat, wordt op Twitter geplaatst, een medium waarop ook minister Dekker actief is. Iedere keer wordt hij getagd zodat de minister had kunnen weten dat zijn antwoord aan de Kamer nooit kan kloppen. In die zin is de minister niet te verontschuldigen. Los daarvan is het antwoord ook merkwaardig omdat de minister in eerdere antwoorden aan de Kamer schreef: ‘Om een zorgvuldige en feitelijk juiste beantwoording van Kamervragen te waarborgen maakt afstemming met partijen waarop de vraagstelling ziet, of die een bijzondere deskundigheid hebben die voor een correcte beantwoording nodig is, deel uit van het beantwoordingsproces.’ Daar is geen woord spaans bij. Afstemming wordt gezocht als dat voor correcte beantwoording van vragen nodig is. Kennelijk heeft de minister verzuimd voor de beantwoording van vragen in dit geval ook afstemming te zoeken met LegalGuard en/of de Raad voor Rechtsbijstand, de partijen waarop de vraagstelling ziet. Waarom de minister in dit geval geen afstemming heeft gezocht blijft uiteraard gissen, maar misschien wel omdat de minister liever niet te veel inhoudelijke kennis wil hebben van de pilot. Het heeft er de schijn van dat de minister de indruk wil wekken dat de pilot onafhankelijk van de minister en objectief wordt uitgevoerd zodat, als de uitkomsten van de pilot passen bij de uitvoering van de plannen, de pilot als onderbouwing van zijn plannen dienst kan doen. Mocht blijken dat de pilot niet interessant genoeg blijkt te zijn voor Achmea dan kan de pilot een stille dood sterven. In beide gevallen loopt de minister geen enkel risico. Ook de minister zal zich realiseren dat het aangaan van een pilot met een commerciële Rechtsbijstandverlener ten koste van de sociale advocatuur risico’s met zich meebrengen. Door zich formeel niet in te laten met de pilot wordt de schijn gewekt dat het een spontaan idee is van de Raad voor Rechtsbijstand en Achmea. Echter, deze strategie is wel opzichtig, ondanks dat het er sterk op lijkt dat Tweede Kamerleden dat niet in de gaten lijken te hebben of daarin niet in geïnteresseerd lijken.

De opzet van de minister is opzichtig omdat de directeur van LegalGuard gelijktijdig directeur is van stichting Achmea Rechtsbijstand. Het is dezelfde directeur die voorkomt in het promotiefilmpje van de minister over Achmea Rechtsbijstand. Het zijn de ideeën en de woorden van deze directeur die de minister bijna letterlijk overneemt bij de presentatie van de minister zijn herziening van de gefinancierde Rechtsbijstand. Het is deze directeur die betrokken is bij onderzoeken van verschillende commissies over gefinancierde rechtsbijstand. En het is dezelfde directeur die actief bezig is om Rechtsbijstandverzekeraars onderdeel te laten uitmaken van de mogelijkheden voor gefinancierde rechtsbijstand. Dat laatste niet vanuit ideële motieven, maar puur beredeneerd vanuit bedrijfseconomische noodzaak. Rechtsbijstandverzekeraars hebben hun oog laten vallen op een grote groep rechtzoekenden die belangrijk kunnen zijn voor hun bedrijfsvoering.

Uit de samenwerkingsovereenkomst blijkt dus dat LegalGuard geen eigen juristen in dienst heeft, maar deze betrekt van Achmea. Dat staat letterlijk zo in de samenwerkingsovereenkomst. De juristen zijn juristen van Stichting Achmea Rechtsbijstand.

Het is toch behoorlijk dubieus dat de directeur van Stichting Achmea Rechtsbijstand gelijktijdig directeur is van de vennootschap die de pilot voor of samen met de Raad voor Rechtsbijstand uitvoert. Weliswaar lijkt het erop dat deze dubbelfunctie van de directeur niet in strijd is met wettelijke regels, want artikel 4: 65 Wet Financieel Toezicht bepaalt namelijk dat personeelsleden die zich bezighouden met  Rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tegelijkertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere verzekeraar waarmee hij financiële, commerciële of administratieve banden heeft en die een andere branche uitoefent; daarvan is uiteraard geen sprake in het geval van LegalGuard. Toch is het de vraag in hoeverre het bepaalde in voornoemd wetsartikel qua strekking erop neerkomt dat het minst genomen onwenselijk is dat de directeur twee petten op heeft, die van LegalGuard en die van Stichting Achmea Rechtsbijstand. Datzelfde geldt voor de juristen van Achmea Rechtsbijstand die dus werkzaam zijn voor LegalGuard. Dat roept de vraag op of deze juristen dan door Achmea Rechtsbijstand bijvoorbeeld zijn uitgeleend en dus niet anders doen dan werkzaamheden ten behoeve van LegalGuard of dat de werkzaamheden worden gecombineerd. Daarbij lijkt het er toch sterk op dat van die laatste situatie sprake is. De teammanager van Achmea Rechtsbijstand is gelijktijdig ook het aanspreekpunt voor de klachtenregeling van LegalGuard.

Als de dubbele petten problematiek in deze pilot in ogenschouw wordt genomen, roept dit de vraag op hoe lang de minister afwacht en de suggestie laat bestaan dat de pilot in goede handen is bij de Raad voor Rechtsbijstand. Van een minister die zelf aangeeft de uitkomsten van de pilot te willen gebruiken bij zijn plannen tot herziening van het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand, mag toch worden verwacht dat hij goed op de hoogte is van de precieze inhoud van de pilot? Welke garanties heeft de minister dat de data, kennis en ervaring die wordt opgedaan bij LegalGuard, op kosten van de Raad Voor Rechtsbijstand en dus de belastingbetaler, uiteindelijk niet alleen maar ten goede komt aan Achmea Rechtsbijstand? Is er dan nog wel sprake van eerlijke concurrentie en is de conclusie dan niet gerechtvaardigd dat vooral Achmea Rechtsbijstand baat heeft bij deze pilot, terwijl de pilot ten koste gaat van de sociale advocatuur en er mogelijk sprake is van belangenverstrengeling dan wel de schijn daarvan? De minister heeft in deze ontwikkelingen toch ook nog een eigen verantwoordelijkheid? Het is weinig geruststellend dat de minister vragen bewust onjuist lijkt te beantwoorden. Eveneens is zorgwekkend dat Kamerleden daar genoegen mee lijken te nemen. Het is toch werkelijk te hopen dat hierover niet het laatste woord gesproken is. Dat klemt te meer omdat de overige inhoud van de samenwerkingsovereenkomst die deze pilot mogelijk maakt, nog veel meer vragen oproept dan enkel de dubbele petten problematiek.

Het is werkelijk te hopen dat Kamerleden in het belang van rechtzoekenden en sociaal advocaten in de benen komen en de onderste steen boven halen over de aard, inhoud en bedoeling van de pilot. Met de nu bekende informatie kunnen kamerleden in redelijkheid niet langer passief toekijken hoe de minister zich in een avontuur stort dat kennelijk niet in het belang van rechtzoekenden lijkt te zijn, maar louter en alleen de belangen van Achmea Rechtsbijstand lijken te dienen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.  

Er lijkt in deze pilot immers, door de dubbele petten, ook sprake te zijn van belangenverstrengeling en in ieder geval heeft het daar de schijn van. Het is nauwelijks denkbaar dat de medewerkers en de directeur in staat zijn de verschillende belangen van LegalGuard en Achmea Rechtsbijstand zorgvuldig van elkaar te scheiden. Daarmee staat ook de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van de pilot op losse schroeven. En een minister voor Rechtsbescherming die dit toestaat, geeft zichzelf een brevet van onvermogen. Belangrijker nog is dat het lot van rechtzoekenden en sociaal advocaten beslist niet in goede handen lijken te liggen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Een pilot, gesteund door de minister en op kosten van de belastingbetaler, die louter de belangen van een Rechtsbijstandsverzekeraar dient, is geen pilot in het belang van rechtzoekenden en de sociale advocatuur. Alle reden voor de minister de Raad voor Rechtsbijstand te dwingen de pilot te stoppen.

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
Fill in the blank.