Raad voor Rechtsbijstand

Het lijkt vanzelfsprekend dat de Raad voor Rechtsbijstand voor zichzelf een rol ziet weggelegd om nuldelijns rechtsbijstand aan te bieden; toch is dat veel minder vanzelfsprekend als het lijkt. Immers, de Raad voor Rechtsbijstand voert slechts wettelijke taken uit, zodat dit de vraag oproept op grond waarvan de Raad voor Rechtsbijstand nuldelijns rechtsbijstand mag aanbieden. Die vraag is met name relevant omdat de vraag is met welke financiële middelen de Raad voor Rechtsbijstand deze zogenaamde nuldelijns rechtsbijstand financiert. Het lijkt uiteraard heel nobel om de burger de mogelijkheid te bieden om zelf de juiste aanpak van juridische problemen te laten kiezen, maar het is de vraag op grond waarvan de Raad voor Rechtsbijstand deze beleidsvrijheid heeft.

Die vrijheid komt haar niet zonder meer toe op grond van de Wet op de rechtsbijstand. Deze wet biedt slechts mogelijkheden voor de Raad voor Rechtsbijstand om zorg te dragen voor de organisatie van en de verlening van rechtsbijstand als bedoeld in artikel 18 lid 1 van de Grondwet. Simpel gezegd: de Raad voor Rechtsbijstand zorgt voor een organisatie waardoor minder draagkrachtigen toch bijstand kunnen krijgen van een advocaat of hulp van een mediator. Dat heeft niets te maken met nuldelijns rechtsbijstand; de term ‘nuldelijns rechtsbijstand’ is in die zin ook enigszins misleidend te noemen, want wat de Raad voor Rechtsbijstand daarbij aanbiedt, heeft niets met bijstand in eigenlijke zin van doen. Natuurlijk kun je, met een beetje goede wil, het aanbod van de nuldelijns rechtsbijstand als een vorm van bijstand kwalificeren, maar dat is in feite het oprekken van het begrip rechtsbijstand dat toch echt ziet op professionele ondersteuning van een juridisch deskundige in geval van een juridisch probleem of geschil.

Eigenlijk biedt de eerlijkheid te zeggen dat er geen deugdelijke juridische grond is voor de door de Raad van Rechtsbijstand zichzelf toegemeten taak. Het lijkt er dan ook verdacht veel op dat zij zelf deze rol heeft geïntroduceerd met het oog op het voornemen om het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand te herzien. Daarbij kun je je afvragen in hoeverre het initiatief tot stelselherziening daadwerkelijk afkomstig is van het ministerie van Justitie en Veiligheid; steeds meer lijkt het erop dat de drijvende kracht achter deze stelselwijziging de Raad voor Rechtsbijstand zelf is. Zij lijkt steeds meer regie naar zich toe te trekken en dat beleid is enkele jaren terug in gang gezet. Zo valt uit het jaarverslag 2016 al te lezen:  “Er komt een belangrijke verandering voor de Raad en haar ketenpartners door de herijking van het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand. (...)” In het rapport Wolfsen wordt al melding gemaakt van de door de Raad voor Rechtsbijstand ontwikkelde nuldelijns rechtsbijstand. De Raad voor Rechtsbijstand voorziet voor zichzelf steeds meer een regierol en de overheid lijkt dat prima te vinden.

Echter, de vraag is hoe transparant deze ontwikkeling is. Hoog wordt opgegeven van de nuldelijns rechtsbijstand waarbij bijvoorbeeld enthousiast rechtwijzer uit elkaar is geïntroduceerd. Dit online scheidingsplatform is met financiële middelen van de Raad voor Rechtsbijstand ontwikkeld. Daarbij konden echtelieden via het platform zelf een hun echtscheiding vormgeven. Die mogelijkheid bestond voor iedereen. Daarmee treedt de Raad voor Rechtsbijstand met publieke middelen in concurrentie met rechtsbijstandverleners, waaronder advocaten. Een platform waar rechtsbijstandverleners geen voordeel van hadden, maar wel concurrentie van ondervinden. Dat is raar voor een organisatie die de toevoegingen toekent aan onder andere diezelfde advocaten die zij met een eigen website beconcurreert. Het wordt nog merkwaardiger als bedacht wordt dat de Raad voor Rechtsbijstand met dit platform stopt, zonder dat duidelijk is waarom, terwijl blijkt dat het platform nu commercieel wordt uitgebaat door nota bene personen die destijds direct betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van het platform uit elkaar. Voor de goede orde: de Raad voor Rechtsbijstand ontwikkelt een platform ten behoeve van rechtzoekenden; dat platform wordt gefinancierd met publieke middelen en doet rechtstreekse concurrentie aan met rechtsbijstandverleners die door diezelfde Raad voor Rechtsbijstand worden bediend. Als kennelijk het platform voldoende is ontwikkeld, komt het in handen van dezelfde personen die bij de Raad voor Rechtsbijstand of in dienst waren of in haar opdracht het platform ontwikkelden. Zij exploiteren vanaf 2017 een commercieel platform waarvan zij de kennis, ervaring en de infrastructuur hebben aangereikt gekregen door de Raad voor Rechtsbijstand. Dus met medewerking van de Raad voor Rechtsbijstand zijn een aantal mensen in staat een door de Raad voor Rechtsbijstand geïnitieerde platform te vermarkten. Dat lijkt toch verdacht veel op concurrentievervalsing. Los van die concurrentievervalsing maakt het ook achterdochtig tegenover een organisatie die niet enkel nog haar wettelijke taak wil uitvoeren, maar de regie wil voeren op de keten van rechtsbijstand en daarbij ook nog eens de kwaliteitseisen van de advocatuur bepaalt en pilots begint met wederom een concurrent van de rechtsbijstandverleners. Tel daarbij nog op dat de directeur van de Raad voor Rechtsbijstand commissielid was van de commissie Van der Meer zijnde een commissie waarvan de commissieleden onafhankelijk zouden moeten zijn; hoe onafhankelijk is een directeur van een organisatie die in haar beleid - ook in 2016 -  er geen geheim van maakt een regierol te willen vervullen bij de stelselwijziging rechtsbijstand? Hoe onafhankelijk is het commissielid waarvan de organisatie een belangrijke rol voor zichzelf ziet in een stelselwijziging als voorgesteld door de commissie Wolfsen en hoe onafhankelijk is het commissielid waarvan zijn organisatie reeds experimenteerde met door de commissie Wolfsen toegejuichte nuldelijns rechtsbijstand? De vragen stellen is hen beantwoorden.

Daarmee is de rol en positie van de Raad voor Rechtsbijstand twijfelachtig te noemen en biedt dat weinig perspectief voor onder andere de sociale advocatuur. Zij wordt bediend door een organisatie die beschikt over substantiële financiële middelen waarmee diezelfde organisatie de sociale advocatuur direct en actief beconcurreert, terwijl zij ook de inschrijfvoorwaarden bepaalt; dat zij zoveel verschillende belangen en verantwoordelijkheden in zich verenigd, roept serieus de vraag op of dat in redelijkheid allemaal op verantwoorde wijze door één en dezelfde organisatie kan worden uitgevoerd. Dat lijkt onwaarschijnlijk.

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
Fill in the blank.