legalisme of spiritualisme

‘Kerkrecht is zo simpel als het maar zijn kan: het is een kwestie van afspraken’: aldus hoogleraar Selderhuis kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn. Een mooie oneliner, maar het gaat dan niet zozeer om simpel als wel om simplistisch; simplistisch omdat met deze uitspraak eraan wordt voorbijgegaan dat het kerkrecht een samenstelsel is van regels, besluiten en jurisprudentie. De aard van de regels en besluiten kunnen ook nog eens wezenlijk van elkaar verschillen. Besluiten kunnen betrekking hebben op praktische zaken, bijvoorbeeld over de omslag van de kosten van het kerkverband per lid, maar even zo goed kan een besluit gaan over de vraag of ambten openstaan voor vrouwen. Praktische en principiële besluiten worden uiteindelijk kerkrecht als zij op legitieme wijze tot stand zijn gekomen.

Belangrijker is wat mij betreft dat Selderhuis er een legalistische denktrant op nahoudt. Het suggereert dat de kerkelijke regels uit zichzelf zó duidelijk zijn dat daarvoor geen uitleg meer nodig is. Lange tijd was dit ook een gangbare opvatting binnen het Nederlandse recht waarbij de rechter de wet niet mocht uitleggen, maar uitsluitend de wet mocht toepassen. De tijd heeft echter geleerd dat slechts het toepassen van het recht tekortschiet, eenvoudigweg omdat lang niet altijd de regels sluitend zijn voor iedere situatie. Door de tijd heen is de heersende opvatting dat de rechter het recht in de wet vindt; hij doet aan rechtsvinding. Dat gebeurt door het uitleggen van de regels, interpretatie genaamd. Bij deze uitleg verdisconteerd de  rechter alle omstandigheden van het geval en probeert hij de bedoeling van de regels tot hun recht te laten komen.

Naar mijn stellige overtuiging geldt ook voor het kerkrecht dat kerkelijke regels en besluiten uitleg behoeven. Ieder woord en iedere zin behoeft uitleg. Dat geldt dus ook voor kerkrechtelijke regels en besluiten. Juist de legalistische insteek, zoals van Selderhuis, kan oorzaak zijn van de crisis in de kerk. Die legalistische benadering kan leiden tot het opheffen van het eigen kerkverband. Voor zover Selderhuis oppert om het eigen kerkverband op te heffen is dat een suggestie om samenwerkingsgemeenten en samenwerkende gemeenten en Bewaar het Pand gemeenten van elkaar te scheiden. Daarmee is het nog net geen oproep tot een feitelijke splitsing van bloedgroepen, maar komt het wel akelig dicht in de buurt.

De legalistische opvatting suggereert dat hermeneutiek een geobjectiveerde uitlegmethode is; wat zij uiteindelijk niet is. Datzelfde geldt voor het idee dat kerkelijke regels eenduidig zijn en dus louter te hoeven worden toegepast. Bovendien leidt het gemakkelijk tot verabsolutering van de betekenis van een kerkverband. Dat er kerkverbanden zijn, is niet zozeer een bijbels gegeven ofschoon er wel bijbelse argumenten zijn die het bestaan daarvan zouden kunnen rechtvaardigen. Echter, ten diepste is een kerkverband niet meer dan een samenwerkingsverband. Kerken die staan op dezelfde grondslag van Schrift en Belijdenis vormen samen een regionale en nationale samenwerking. De erkenning van de grondslag hoeft niet te betekenen dat die in de concrete situatie tot dezelfde uitleg leidt, maar wel dat het gezag van Gods Woord wordt verondersteld evenals de weergave daarvan in belijdenisgeschriften. De samenwerking tussen kerken betreft een samenwerking waarbij voorop staat dat aan Gods woord gezag toekomt en de belijdenis van de kerk betrouwbaar is. Dat biedt ook juist de ruimte als er verschillen in uitleg zijn over concrete onderwerpen. Dan is niet de ene uitleg ongereformeerd of betweterig tegenover Paulus, maar is er verschil in verstaan, ondanks de gemeenschappelijke opvattingen over de hoofdzaken van het evangelie.

Selderhuis zijn verwijzing naar de Protestantse kerk is misplaatst en eveneens karikaturaal omdat van dat kerkgenootschap waarschijnlijk wél gezegd kan worden dat het ontbreekt aan eenheid op hoofdzaken. Daarvan is binnen het Christelijke Gereformeerde kerkverband geen sprake. Juist de eenheid op hoofdzaken, biedt veel mogelijkheden om met elkaar samen te leven ook al zijn er verschillen in schriftverstaan, omdat iedereen diezelfde Schrift serieus neemt. Dat biedt volop uitleg mogelijkheden. Paulus schrijft in Romeinen  14 en 15 behartigenswaardige woorden die gemeente overstijgend kunnen worden toegepast. Paulus zegt: ‘Laten we streven naar wat de vrede bevordert en naar wat opbouwend is voor elkaar.’ Dat kan doordat Paulus de gemeenteleden oproept dat ‘(...) ieder van ons zich richt op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is.’ Van daaruit moet het mogelijk zijn dat lokale gemeenten ervoor kiezen ambten niet open te stellen, terwijl anderen daarvoor juist wel kiezen. Dan is het mogelijk dat er gemeenten zijn die het homobesluit niet toepassen in hun gemeente. Dat vraagt wél dat kerken bereid zijn daarover aan elkaar verantwoording af te leggen. Waarom deze keuze of waarom niet? Dat vraagt van een kerkverband terughoudendheid om besluiten te nemen die het praktische kerkelijke leven aangaan. Zeker, dan worden de onderlinge verhoudingen anders en dat heeft óók betekenis voor de samenwerking. Dat is niet een kwestie van gedogen, maar aanvaarden. Om met Paulus te spreken: ‘Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard.’

Echter, die manier van kerk zijn vraagt het nodige; dat gaat niet zonder elkaar te erkennen en herkennen als broers en zussen van Christus. Dat veronderstelt dat wij elkaar als zusterkerken herkennen en erkennen niet omdat ze toevallig hetzelfde ondertekeningsformulier hebben ondertekend, legalistisch dus, maar op grond van de inhoud, ons geloof, zoals door de kerk der eeuwen beleden. Dat vraagt om geloofsgesprek, zoals ouders en kinderen dat moeten doen. In Deuteronomium 6 wordt Israël opgedragen de geboden van God de kinderen in te prenten, maar ook daarover voortdurend met elkaar in gesprek te gaan. Voortdurend vragen naar  waar je voor staat en wat je gelooft. Dan hoeven kerkelijke regels en besluiten niet krampachtig te worden uitgelegd, maar is er geestelijke ruimte om te aanvaarden dat op onderwerpen de bijbel anders wordt verstaan. Dan geldt wat Paulus aan de Korintiërs schrijft: ‘We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt.’

Wat zou het mooi zijn als het legalisme in de kerk ruimte maakt voor royale toepassing van het spiritualisme.

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
Fill in the blank.