Fundamentele vraag

Het is best zorgelijk te noemen dat in toenemende mate het recht, de rechtspraak en de rechtsbescherming worden ingezet voor louter het oplossen van een probleem. Op zichzelf lijkt het heel acceptabel dat geprobeerd wordt om verder te kijken dan het bij de rechtbank voorliggende juridische probleem, maar ondertussen schuilt daarin ook een groot risico. Het grootste risico is dat controle op een rechtmatige en te billijken oplossing van het probleem onvoldoende is of zelfs geheel ontbreekt. Er lijkt enige afkerigheid te ontstaan bij formaliteiten die in juridische procedures in acht moeten worden genomen. Die formaliteiten lijken een snelle en effectieve oplossing van problemen in de weg te staan, dus om praktische en zeer waarschijnlijk ook economische redenen is er bereidheid om het rechtssysteem zoveel mogelijk te ontdoen van formaliteiten. Natuurlijk is het goed om onnodige regels te schrappen, maar de conclusie dat een voorschrift onnodig is, moet niet te snel getrokken worden.

Procesregels zijn ervoor bedoeld om een juridisch geschil eerlijk te laten verlopen. Eerlijk in die zin dat elk van de betrokken partijen op gelijkwaardige wijze hun zaak kunnen bepleiten voor de rechter, maar ook dat partijen in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. Vanuit die gedachte is het belangrijk dat rechtzoekenden hun belangen kunnen laten behartigen door daarvoor geschoolde mensen zoals advocaten. Met name voor advocaten geldt dat zij een door de wet geregelde rechtspositie hebben; dat is uiteraard niet zomaar, maar juist bedoeld om de partijdigheid, onafhankelijkheid, kwaliteit en geheimhouding van de rechtsbijstandverleners te waarborgen. Zijn juristen-niet- advocaten dan niet evenzeer in staat om hun werk partijdig, onafhankelijk enzovoorts te doen? Ongetwijfeld, want vele juristen hebben een academische juridische scholing genoten en houden zich frequent bezig met juridische vraagstukken. Misschien zijn er onder hen wel die juridisch veel beter zijn onderlegd en veel slimmer zijn dan advocaten. En toch onderscheidt de positie van de advocaat zich ten opzichte van de jurist-niet-advocaat. Naar de letter genomen is dat dus een formeel onderscheid waarvan je proceseconomisch zou kunnen zeggen dat het kan worden opgeheven.

Dat lijkt ook de tendens bij de minister van Rechtsbescherming en in zijn kielzog de Raad voor Rechtsbijstand. Juristen van Achmea kunnen namelijk ook problemen oplossen en, als je de minister en de Raad voor Rechtsbijstand moet geloven, zelfs beter en in ieder geval goedkoper. Een dergelijke boodschap is goed te verkopen, want waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? En toch zal ten lange leste blijken dat goedkoop wel eens duurkoop kan blijken te zijn. Door bij wet een beroepsgroep aan te wijzen die moet voldoen aan kwaliteitsvereisten en die exclusieve wettelijke bevoegdheden krijgt, wordt gewaarborgd dat deze beroepsmensen daadwerkelijk onafhankelijk, partijdig en deskundig hun werk doen. Daarop zijn zij ook aan te spreken. Van deze beroepsgroep mag ook worden verwacht en vereist dat zij hun bij wet opgedragen en gewaarborgde taak nauwgezet en gewetensvol doen. Burgers, ondernemers en zelfs overheidsorganen mogen vertrouwen op de kwaliteit die een advocaat met zich meebrengt. Advocaten kunnen, - en soms moeten - tegengas geven aan de wederpartij, maar ook tegen de rechter; als luis in de pels behoort hij er op toe te zien dat de belangen van zijn cliënt worden behartigd en gerespecteerd, de procedure eerlijk verloopt en de rechter onafhankelijk en onbevooroordeeld de zaak behandeld. Het biedt het rechtssysteem balans en controle. Niet degene met het meeste geld noch degene met de meeste kennis of de grootste mond wint een zaak, maar degene die daadwerkelijk in zijn recht staat. De rechtsstaat garandeert door bij wet de taak, bevoegdheid en de rol van de advocaat te regelen, haar eigen tegenspraak. Dat maakt de rechtsstaat weerbaar tegen corruptie en machtsmisbruik en voorkomt dat zwakkeren in het juridische geweld ten ondergaan. Dat het geen theoretische mogelijkheden zijn, blijkt ook uit jurisprudentie. Advocaten gaan over de schreef, maar ook officieren van Justitie en zelfs rechters gaan bij tijd en wijle de fout in. Daarom is het noodzakelijk en waardevol dat het rechtssysteem zodanig wordt ingericht dat er evenwicht en controle is tussen alle beroepsbeoefenaren in de rechtsstrijd. Het is daarbij belangrijk dat advocaten officieren en rechters een bij wet geregelde positie hebben zodat zij, beschermd door de wet, met recht en rede hun positie kunnen innemen, maar ook dat iedereen hen kan aanspreken als zij hun wettelijke toegekende taak verwaarlozen. Om deze reden is het goed dat er spelregels zijn tijdens de procedures, procesrechtelijke regels dus, want die maken dat procedures voorspelbaarder worden en dragen bij aan het bieden van gelijkwaardigheid van partijen en van controle op de rechtspraak.

Het versoberen en versoepelen van procesrechtelijke regels betekent dat meer, niet te sanctioneren, vrijheid wordt geboden aan rechters en de kans op het verzwakken van de rechtspositie van de zwakkere partij. Het maakt onbedoeld de rechtspraak kwetsbaar voor machtsmisbruik. Procesregels proberen bij te dragen aan een transparant, evenwichtig, op hoor- en wederhoor gebaseerde, rechtvaardige rechtspraak. Dat zijn geen populaire opvattingen wellicht, want het in stand houden van formaliteiten en bij wet geregelde beroepsgroepen kosten ongetwijfeld meer tijd en geld dan het achterwege laten daarvan. Echter, in de afweging tussen een betrouwbare en controleerbare en te corrigeren rechtspraak of snelle probleemoplossing, kies ik voor het eerste; macht corrumpeert, ook rechterlijke macht.

Experimenten waarbij rechters de buurt in trekken, problemen beslechten zonder tegenmacht en zonder enige controle lijkt ogenschijnlijk praktisch en te prefereren, maar is een bron van potentiële ellende. Dat huidige rechters met de juiste intenties zich hiermee bezighouden zal ongetwijfeld waar zijn, maar het gaat ook niet over de gewetensvolle rechters, maar over rechters die dat niet of minder zijn. Het gaat om rechtzoekenden die toch niet begrepen worden door de rechter die op de koffie komt om het burengeschil op te lossen. Prachtig, bijna romantisch dat de rechter de burger opzoekt, maar dat is niet de taak van de rechtspraak. Het eerder juist andersom; burgers zoeken de rechter op als zij hun geschil niet zelf meer kunnen oplossen. Blijkt er sprake van multiproblematiek dan is dat niet de taak van de rechter om op te lossen, maar van maatschappelijk werkers, sociale diensten, psychologen en sociaal werkers. Het oprekken van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de rechterlijke macht  zonder het versterken van de advocatuur en de toegang tot de advocatuur werkt mogelijke rechtsongelijkheid in de hand.

Het is hierom waarom de pilot van LegalGuard verwerpelijk is; hoogwaardig opgeleide juristen die LegalGuard inleent, zij heeft zelf geen juristen in dienst, kunnen uiteraard juridische geschillen oplossen. Het zou heel raar zijn als de ene academisch opgeleide jurist die advocaat is een juridisch geschil wel kan oplossen, terwijl een andere academisch geschoolde jurist-niet-advocaat dat niet zou kunnen. In die zin is het experiment dan ook een self fulfilling prophecy; natuurlijk kunnen de van Achmea ingeleende juristen dat. Echter, daar gaat het in de de kern van het zaak niet om; de kern is of de samenleving bereid is om, in het belang van de rechtsstaat, te investeren in rechtsbijstand en rechtspraak die door wettelijke waarborgen worden omgeven. Om daarmee ervoor in te kunnen staan dat iedere rechtzoekende, ongeacht zijn afkomst, opleidingsniveau of financiële middelen, toegang heeft tot het rechtssysteem dat eerlijk, gelijkwaardig en transparant is. Als die bereidheid er niet is, valt ook het draagvlak weg en ligt het voor de hand steeds meer te deformaliseren. Juist hierom is het zo bijzonder dat de Raad voor Rechtsbijstand een pilot doet met LegalGuard; als het echt te doen zou zijn om het belang van de burger, de rechtzoekende, zou de Raad voor Rechtsbijstand er juist op moeten inzetten dat iedere burger en elke rechtzoekende betaalbare toegang heeft tot een onafhankelijke en partijdige belangenbehartiger die de wet aanwijst, de advocaat. Het is daarom verbazingwekkend dat politici nauwelijks wakker lijken te liggen over wat er gaande is bij de stelselherziening van de gefinancierde rechtsbijstand. Het is niet slechts een functionele aanpassing maar een fundamentele aanpassing; de bouwstenen daarvoor worden bijeengebracht door de Raad voor Rechtsbijstand die een pilot doet met LegalGuard, een partij, die dusdanig commercieel verbonden is met Achmea en stichting Achmea Rechtsbijstand dat het risico bestaat dat de fundamentele omslag wordt gemotiveerd op basis van louter bedrijfseconomische argumenten.

De politiek is hier aan zet; bewaakt zij de fundamentele uitgangspunten bij rechtspraak en rechtsbescherming of laat zij zich verleiden deze uitgangspunten los te laten omwille van goedkopere en snellere geschillenbeslechting, zelfs als dat potentieel het risico met zich brengt dat het ten koste kan gaan van grote groepen rechtzoekenden die te zwak zijn om daadwerkelijk voor zichzelf op te komen. Dit is de fundamentele vraag.

 

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
Fill in the blank.